Ga direct naar de inhoud, het hoofdmenu, het servicemenu of het zoekveld.

Begrippenlijst

Binnen de zorg en ICT worden veel verschillende termen en afkortingen gebruikt. Niet altijd is duidelijk wat hier precies mee wordt bedoeld. Ook worden er verschillende betekenissen gebruikt voor bepaalde termen. PharmaPartners hanteert onderstaande begrippen en betekenissen.

A

Aanschrijfbuffer

Faciliteit binnen Pharmacom waarmee de medicatieaflevering voor grote groepen patiënten in batch kan worden verwerkt.

Actieve medicatie

Medicatie waarvan de theoretische einddatum nog niet is verstreken.

Actuele medicatie

Het huidige medicatiegebruik (continu, potentieel én tijdelijk) zoals op dit moment aan de patiënt is geadviseerd of de afgelopen veertien dagen geadviseerd geweest is.

ADP

Aandachtspunt (Pharmacom).

Aflevercontrole

Het proces waarbij gecontroleerd wordt of de artikelen die geleverd gaan worden overeenkomen met de artikelen die op het recept genoemd worden. Het proces bestaat uit 3 stappen 1. Het pakken van het artikel 2. Het controleren t.o.v. de ReceptRegel 3. Het plakken van het etiket op het artikel

Afleverhoeveelheid

De hoeveelheid van een bepaald medicijn die per keer afgeleverd wordt aan de Patiënt. Voor bepaalde geneesmiddelen geldt een maximale periode waarvoor mag worden afgeleverd. De maximale periodes voor verschillende geneesmiddelen staan beschreven in het Farmacotherapeutisch kompas.

Aflopende medicatie

Medicatie waarvan de theoretische einddatum is verstreken of bijna is verstreken

AGB-code

Een identificatie voor individuen en organisaties die actief zijn binnen de gezondheidszorg die gebruikt wordt voor elektronische communicatie tussen deze partijen.

AHOED

Apotheek en Huisartsen Onder Eén Dak.

AIS

Het informatie systeem van de Apotheker waarin de Persoonsgegevens inclusief de Medicatiegegevens van een Patiënt worden vastgelegd.

Anita

Terminal emulator gebruikt voor de classic applicaties van PharmaPartners.

AORTA

(1) De landelijke ICT-basisinfrastructuur die elektronisch berichtenverkeer tussen alle zorgpartijen mogelijk maakt (LSP) in combinatie met (2) Zorgtoepassingen die gebruik maken van deze infrastructuur.

AP304

Bestand met decalaraties dat aangeleverd wordt door Pharmacom.

AP305

Bestand dat retourinformatie m.b.t. declaraties bevat (Pharmacom).

Apotheek

De plek waar men medicijnen verkoopt en (tegenwoordig steeds minder) vervaardigt. Een apotheek heeft tot taak medicijnen die door artsen worden voorgeschreven aan de patiënten te verstrekken. Ook medicijnen die zonder voorschrift te verkrijgen zijn, worden door de apotheek afgeleverd. Omwille van de volksgezondheid mogen deze middelen slechts worden verstrekt door personeel dat hiervoor een opleiding heeft gevolgd.

Apotheeklogistiek

Het proces binnen de Apotheek dat alle fysieke acties op artikelen bevat die consequenties hebben voor de voorraad of de locatie van de voorraad.

Apotheekmedewerker

Een Apotheker, Apothekersassistent(e), Bezorger, farmakundige, farmaceutisch consulent of farmaceutisch manager.

Apotheker

Een deskundige op het gebied van medicatie binnen de apotheek die eindverantwoordelijk is voor de correcte bewaking en aflevering van geneesmiddelen aan Patiënten.

Applicatieserver

Infrastructurele software die tot doel heeft applicatiecomponenten te herbergen en allerlei services aan die applicatiecomponenten aan te bieden.

Arts

Beroepsbeoefenaar die op grond van artikel 3 of artikel 14 Wet BIG als zodanig geregistreerd is in het desbetreffende BIG-register. Het BIG-register omvat specialismen zoals Huisarts en medisch specialist.

ASB

Aanschrijfbuffer.

ASKA

Associatie van Ketenapothekens.

ASP

Application Service Provider.

ATC-code

In de ATC-code (Anatomical Therapeutic Chemical) worden geneesmiddelen ingedeeld in groepen naar het orgaan of systeem waarop ze werkzaam zijn en/of hun therapeutische of chemische eigenschappen. Er is een indeling in 5 niveaus: 1. anatomische hoofdgroep: één letter voor 14 hoofdgroepen. 2. therapeutische hoofdgroep: twee cijfers 3. therapeutische/farmacologische subgroep: één letter 4. chemisch/therapeutische/farmacologische subgroep: één letter 5. subgroep voor chemische stof: twee cijfer

Authenticatie

Het proces waarbij iets (iemand) nagaat of iets (iemand) daadwerkelijk is wat (wie) het (hij) beweert te zijn.

Authenticatietoken

Een bestemde bewering omtrent de authenticiteit van de afzender van (delen van) een bericht.

Authenticeren

Verifiëren van de identiteit van een persoon of organisatie.

Authenticiteit

Zekerheid dat de identiteit waarvoor een persoon of organisatie zich uitgeeft juist is.

Autorisatie

Het verlenen van bevoegdheid om bepaalde patiëntgegevens te mogen inzien, aanpassen of bewerken. Deze bevoegdheid wordt alleen aan zorgverleners verstrekt die een behandelrelatie hebben met de betrokken patiënt. Voor anderen is inzage slechts toegestaan met toestemming van de patiënt, in noodsituaties of als de wet dit expliciet toestaat. Laatste stap in de vertrouwensketen.

Autoriseren

Toekennen van bevoegdheden aan een persoon of organisatie.

AWBZ

Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten Een wet waarin een landelijke regeling is vastgelegd voor het vergoeden van bijzondere ziektekosten, zoals (langdurige) ziekenhuisopname, die niet door zorgverzekeraars worden vergoed.

AWBZ-functies

Zorgfuncties waar vanuit de AWBZ aanspraak op gemaakt kan worden. Het gaat om de functies persoonlijke verzorging, verpleging, begeleiding, verblijf en behandeling. Indicatiestelling voor deze functies wordt uitgevoerd door het CIZ.

AWBZ-instelling

Zorginstelling waar zorg en eventueel verblijf worden vergoed via de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.

AWBZ-zorg

Zorg die krachtens de AWBZ wordt vergoed. Zie ook persoonsgebonden budget en zorg in natura.